Een vrouw ontvangt na het overlijden van haar echtgenoot een uitkering uit een Anw-hiaatverzekering. De verzekering is destijds via de werkgever van haar man aangeboden, maar zij betaalt zelf de premies. In haar aangifte inkomstenbelasting over 2022 brengt zij de hiaatverzekering in mindering op haar totale inkomen. Zij stelt dat de uitkering onbelast is, omdat er geen premieaftrek heeft plaatsgevonden. De inspecteur rekent het bedrag echter volledig tot haar belastbare inkomen.
Verband met dienstbetrekking
De rechter moet beoordelen of er een voldoende verband bestaat tussen de uitkering en de vroegere dienstbetrekking. De vrouw stelt dat dat verband ontbreekt, omdat de verzekering individueel is afgesloten. De werkgever is geen partij bij de overeenkomst, levert geen financiële bijdrage en de premies zijn niet in het loon verwerkt. Volgens haar is het dienstverband hooguit een voorwaarde geweest om te mogen deelnemen, niet de oorzaak van de uitkering. De inspecteur voert daartegen aan dat de Anw-hiaatverzekering aan werknemers is aangeboden en direct voortvloeit uit het dienstverband.
Uitkering belast
De rechtbank oordeelt dat de verzekering destijds is aangeboden aan werknemers naar aanleiding van een sociaal akkoord, waarbij de werkgever betrokken was. De echtgenoot behoort tot deze groep en de aanspraak is ontstaan in de context van zijn dienstverband. De rechtbank benadrukt dat de echtgenoot met terugwerkende kracht hetzelfde moet worden behandeld als werknemers die wel via de reguliere procedure zijn meegenomen. Dat de aanvraag of toekenning deels buiten die procedure verliep en dat de werkgever niet meer actief betrokken was, doorbreekt het verband niet. Dit kwam volgens de rechtbank door de bijzondere omstandigheden van deze zaak (de man lag in coma ten tijde van het sociaal akkoord). Daarom merkt de rechtbank de uitkering aan als loon uit vroegere dienstbetrekking.
Periodieke uitkering
Daarnaast overweegt de rechtbank dat de uitkering sowieso belast is. Als het geen loon uit vroegere dienstbetrekking zou zijn, kwalificeert de uitkering alsnog als periodieke uitkering. Sinds 2015 is daarvoor geen verband met de dienstbetrekking meer vereist.



